Posts tonen met het label archief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archief. Alle posts tonen

dinsdag 17 juni 2014

BI / informatiemanagement

Ik ben werkzaam als Business Intelligence-specialist.

Business Intelligence is in mijn ogen een soort containerbegrip. Iedereen kan er in stoppen wat hij wil en iedereen gaat daarbij helaas uit van veronderstelling dat telkens hetzelfde bedoeld wordt. Het is daarmee vergelijkbaar als termen als kwaliteit, competent, dynamisch. Doordat deze termen zoveel betekenen, betekenen ze tegelijkertijd niets. In hoeveel vacatures staan termen als competente medewerker gevraagd in dynamische organisatie die kwalitatief hoogwaardige producten levert? Containerbegrippen zijn de afvalbakken van onze taal. De lezer moet zelf maar bedenken wat de schrijver precies bedoeld. Hetzelfde geld voor Business Intelligence. Gemakkelijk haal je honderd definities van internet.

Business Intelligence is een begrip geworden waar veel verwarring is ontstaan. Het begrip wordt enerzijds gehanteerd voor de intelligence-activiteiten voor de gehele onderneming. Anderzijds wordt BI als aandachtsgebied gebruikt voor het intelligent omgaan met data en informatie met behulp van softwareproducten. Men kan zich afvragen of er hier dan sprake is van Intelligence. Iemand als Joseph Rodenberg heeft daarom een concept ontwikkeld waarin hij Business Intelligence, Competive Intelligence(CI) en Organisational Intelligence(OI) onderscheidt die gezamenlijk leiden tot Enterprise Intelligence(EI). Een goed doordacht geheel, maar bij veel schrijvers lijken CI, OI en EI onder Business Intelligence te vallen. Duidelijk is dat je of naast BI andere termen moet toestaan, zoals Rodenberg doet, of BI breed genoeg moet definiëren om de andere begrippen te omvatten. De tweede optie lijkt de overhand te hebben. BI is dan een soort overkoepelende term. BI dient dan meer in te houden dan een softwareproduct en ook aandacht te hebben voor zaken als de zachte kant van BI, ongestructureerde en externe gegevens.

Voor mij is Business Intelligence vooral een middel en niet een doel op zichzelf. Het uiteindelijke doel is dat besturingsvraagstukken opgelost worden door middel van Business Intelligence. Eigenlijk gaat het over informatiemanagement, al klinkt dat misschien minder cool.

In dit blog doe ik verslag van boeken die ik over BI heb kunnen lezen. Hoe we het ook noemen, het blijft een machtig interessant gebied met veel facetten.
1 Inleiding BI/Informatiemanagement: wat is BI? Den Hamer, van Beek
2 De informatie opslaan: hoe kunnen we informatie het best opslaan?
3 De informatie structuren: over procesmanagment, scorecards, cockpitten
4 De informatie gebruiken, beslissen: psychologie
5 Informatieontwikkelingen:  digitalisering, big data, globalisering


donderdag 14 juni 2012

De zachte kant van BI: een harde noot om te kraken



Soms lijkt een Business Intelligence-project perfect verlopen; er is een krachtige tool geïmplementeerd en prachtige rapporten en dashboards zijn beschikbaar. Toch blijkt dat in de praktijk de beschikbare informatie niet of nauwelijks wordt gebruikt of blijkt dat het gebruik na verloop van tijd snel afneemt. Hoe kan het dat de resultaten van Business Intelligence soms achterblijven, terwijl de implementatie toch volgens verwachting lijkt te zijn uitgevoerd?

Als Business Intelligence Consultant is mij opgevallen dat bij Business Intelligence projecten de aandacht vaak vooral ligt bij de technische ICT aspecten, maar er zijn allerlei factoren van niet-technische aard die de succesvolle implementatie van BI-projecten verstoren. In diverse literatuur over Business Intelligence en datawarehousing wordt vaak beeldend over een voorkant, achterkant, etc. gesproken. In dit artikel pleit ik voor meer aandacht voor de zachte ‘menselijke’ kant van BI.

Business Intelligence is meer dan rapporten bouwen
Bij veel Business Intelligence-projecten ligt de aandacht primair bij de ICT-kant. Impliciet of expliciet hebben de (project)leiders hierbij vaak een beeld van Business Intelligence dat ongeveer overeenkomt met onderstaand schema.





In dit schema bestaat de input voor Business Intelligence uit gegevens die omgezet worden in informatie. In het vakje ‘Business Intelligence’ in het schema gebeuren de technische processen. Uiteindelijk levert dit output op: informatie in de vorm van bijvoorbeeld  rapportages en dashboards.

Laten we hier eens ingaan op de functie van Business Intelligence binnen een organisatie. Wat doet Business Intelligence nu precies? Er zijn vele definities van Business Intelligence te vinden.
De belangrijkste essentie van deze definities is dat Business Intelligence het besluitvormingsproces ondersteunt door middel van systematische analyse van gegevens.

Interessant is hier te kijken naar de  kennis-hiërarchie.






































Bij de smalle definitie van Business Intelligence is de bijdrage van  BI beperkt tot het omzetten van gegevens in informatie of hooguit kennis.

Het uiteindelijke, ultieme doel van BI is het intelligenter maken van een organisatie. Uiteindelijk draait het om de besluitvorming. Zonder deze besluitvorming  is BI een nutteloze bezigheid. Intelligentie ontstaat pas als gegevens leiden tot intelligente beslissingen.

In een BI-project moet dan ook worden vastgesteld hoe de business door juiste omzetting van gegevens betere beslissingen kan nemen. Deze beslissingen zullen moeten worden genomen door mensen. En die mensen werken in sociale verbanden en politieke spanningsvelden. Business Intelligence is dan ook geen technische truc, maar een proces waarbij allerlei factoren van psychologische, sociale en politieke aard een rol spelen. Aandacht voor deze factoren is van groot belang, omdat deze uiteindelijk bepalend zijn voor de mate waarin de informatie ook leidt tot betere besluitvorming.

In onderstaand model is een bredere definitie van BI systematisch in kaart gebracht. En hoe logisch bovenstaand verhaal ook klinkt, in de praktijk blijkt dat de aandacht toch vooral uitgaat naar het linkergedeelte van het schema. Mijn ervaring is dat er vaak duizenden euro’s worden uitgegeven aan het inrichten van technische processen, datawarehouses en prachtige rapportagetools, maar dat de menselijke kant nogal wordt eens onderschat. 


 


























De ‘zachte’ factoren onder de loep

De grote vraag is nu waarom die rapportages, dashboards, etc., (hier en verder in het artikel ‘BI-tussenproducten’ genoemd) niet (goed) worden gebruikt. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken zijn en daarvoor moeten we de zachte factoren eens wat beter bekijken.

Binnen de zachte factoren kun je een onderscheid maken tussen persoonlijke, sociale en politieke factoren die alle invloed uitoefenen op de persoon die de beslissingen gaat maken op basis van de BI-tussenproducten. In onderstaand plaatje zijn deze factoren schematisch weergegeven.



Het is duidelijk dat een juiste inschatting van deze factoren voor het slagen van een BI-project van het grootste belang is. Een scan waarin deze factoren uitvoerig bekeken worden voordat een BI-project gestart wordt, kan goede handvatten opleveren voor een juiste en succesvolle inzet van BI die volledig is toegespitst op de wensen en eisen van de organisatie én is afgestemd op de gebruikers van de BI-producten en de cultuur waarin zij verblijven.

Hieronder wordt in grote lijnen ingegaan op deze zachte factoren die in een BI-scan bekeken en geëvalueerd worden.


Persoonlijke/menselijke factoren
Verschillende mensen in een organisatie kunnen te maken krijgen met BI. We zullen ze in dit artikel indelen in de volgende categorieën:
-          het senior-management/directie/bedrijfsleiding;
-          de managers;
-          de ‘rapportenbouwers’, de technische BI-profesional;

De categorie ‘rapportenbouwers’ verzorgt vooral het technische gedeelte van het BI-proces. In dit artikel gaat het vooral over de eerste en tweede groep; de personen die de BI-tussenresultaten gebruiken om goede beslissingen te nemen, waarbij het seniormanagement verder ook de belangrijke taak heeft de BI-omgeving te faciliteren.

Noodzaakindicatoren
Een manier om de menselijke factoren in kaart te brengen is met behulp van de zogenaamde ‘moeten-kunnen-willen-driehoek’. Ik noem ze hier de noodzaakindicatoren. De gebruiker moet de informatie kunnen gebruiken , hij/zij moet de informatie willen gebruiken en over het algemeen zal er ook sprake moeten zijn van enige drang/dwang om BI te gebruiken. Verder is het goed onderscheid te maken in de manier waarop mensen omgaan met het maken van beslissingen en hoe ze omgaan met het vergaren van informatie.

Gebruikers kunnen niet
Het Business Intelligence-proces vraagt een bepaalde analytische vaardigheid. Het vereist dat managers op de juiste manier managementinformatie kunnen interpreteren, waarbij ruimte is voor zaken als trendanalyse en oorzaak-gevolg-analyse. Indien deze vaardigheid binnen een organisatie onvoldoende aanwezig is, dan zal deze informatie in weinig vruchtbare bodem vallen.
Vaak gaat de implementatie van een BI-product nog wel gepaard met trainingen in dit product, maar deze trainingen hebben vaak een  hoog knoppengehalte en schenken te weinig aandacht aan de echte toepassing van het instrument (Zoals Griffioen schrijft in zijn artikel ‘de MIS-fit van de organisatie’). Opleidingen dienen daarom verder te gaan dan het gebruik van de knoppen van de tool. Een bepaalde basiskennis van Business Intelligence en datawarehousing bij de gemiddelde manager in een organisatie is noodzakelijk. Uiteraard begint dit met een realistische inschatting van de capaciteiten van het personeel op dit gebied. Verder is enige vertrouwdheid van het seniormanagement met BI een absolute must.

Gebruikers willen niet
Behalve dat managers de informatie moeten kunnen gebruiken, moeten ze het ook willen gebruiken.
Het niet willen gebruiken van deze informatie kan verschillende oorzaken hebben. Interessant is hier de ‘Locus of control’ van Zimbardo. De locus of control zegt iets over wat de hoofdoorzaken zijn van de gebeurtenissen in het leven van mensen. Mensen met een interne locus of control geloven dat ze meer invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving dan mensen met een externe locus of control. Mensen met een meer externe locus of control hebben minder behoefte aan managementinformatie, omdat zij bewust of onbewust niet geloven dat ze hiermee iets kunnen. Zij zullen het idee hebben dat BI hen niet echt kan helpen en zullen het daarom niet willen gebruiken.

Het kan ook zo zijn dat mensen niet willen uit eigenbelang. Het komt (niet zelden) voor dat informatie gemanipuleerd wordt. BI maakt dingen zichtbaar. Er wordt nogal eens vergeten dat dit niet altijd gewenst is. Denk aan de Excel-specialist die in een organisatie al jaren onmisbaar is omdat hij - in zijn voor de rest van de organisatie onbegrijpelijke spreadsheet - de meest belangrijke gegevens van een organisatie beheert. Bij de start van een BI-project is het is van belang deze medewerker mee te krijgen.
De zogenaamde ‘one version of the truth’ die BI levert c.q. nastreeft te leveren, is ook niet door iedereen gewenst. Managers zijn er niet altijd bij gebaat dat hun prestaties en daarbij uiteraard ook hun falen open en bloot op tafel komen te liggen.

De gebruikers moeten/hoeven niet
Wanneer een organisatie echt wil dat BI wordt gebruikt, dan is het belangrijk dat gebruik van BI wordt beloond. Het komt nogal eens voor dat de top van een organisatie wel zegt BI belangrijk te vinden, maar hier verder niets van laat merken. Er moet sprake zijn van enige drang/dwang vanuit de organisatie om de resultaten van BI te gebruiken. Het seniormanagement moet geloven in BI en bereid zijn naar de BI-resultaten te handelen.

Wanneer bijvoorbeeld een afdeling klachtafhandeling van een groot bedrijf met behulp van BI ontdekt dat een bepaald type klachten te traag afgehandeld wordt, is het belangrijk dat het senior management hier op een positieve oplossingsgerichte manier op reageert. Een afrekencultuur kan de resultaten van BI teniet doen.

Uit eigen ervaring weet ik dat het soms moeilijk is om van te voren in te schatten of aan al deze noodzaakindicatoren wordt voldaan. Ik heb ooit aan een project gewerkt waarbij de Business Score Card geïmplementeerd moest worden binnen een afdeling van een grote organisatie. Deze pilot werd niet echt gedragen door de directie. Binnen de afdeling wilden de mensen graag, ze konden het en er werd hard aan gewerkt om het project te laten slagen. Maar uiteindelijk ontbrak de noodzaakindicator ‘moeten’. Draagvlak onder het seniormanagement is dan ook cruciaal voor het uiteindelijke gebruik en de resultaten van Business Intelligence. Gesprekken met deze groep over het borgen van de uiteindelijke inzet en gebruik van BI-resultaten binnen de organisatie zouden hier vooraf meer licht op moeten werpen.


Informatiegedrag en beslisgedrag                                                            
Behalve de hierboven omschreven noodzakelijkheden, is het belangrijk de verschillende manieren waarop de betrokken managers informatie verzamelen en beslissingen nemen in kaart te brengen.

Informatiegedrag gaat over hoe personen zich laten informeren. Nuttig is hier het onderscheid dat Bemelmans hanteert. Bemelmans onderscheid aan de ene kant het intuïtion type, dat voornamelijk  in grote lijnen wil worden geïnformeerd via sterk geselecteerde informatie. Hiertegenover staat het sensation type. Dit type wenst inzicht in alle beschikbare detailgegevens en probeert daaruit zelf een beeld te bouwen.

Bij beslisgedrag hebben we het over hoe personen tot beslissingen komen. Hierbij kunnen we aan de ene kant  het zogenaamde thinking type onderscheiden dat vooral analytisch is en het feeling type dat meer op zijn gevoel afgaat.

Het is van groot belang dat de geleverde informatie is afgestemd op het beslis- en informatiegedrag van de betrokken managers. De ene BI-gebruiker heeft bijvoorbeeld veel meer detailinformatie nodig dan de andere. De ene beslisser wil alle gegevens, de andere slecht een selectie. De ene manier is uiteraard niet automatisch beter dan de andere. Wel vraagt het de nodige flexibiliteit van het BI-systeem aangezien een verandering in management ook tot een verandering in de wens aan informatie kan leiden. Zo is het op ministeries bekend dat de ene minister veel meer gedetailleerde informatie wenst dan de andere. Een wijziging in het politieke krachtenveld kan dan inhouden dat er snel ingesprongen dient te worden op wijzigingen in deze wensen. Hiermee dient rekening gehouden worden bij de inrichting van een BI-project.

De waarde van de ratio
Beslissingen worden in de praktijk door managers vaak genomen op basis van ‘onderbuikgevoel’. Is dit erg? In het dagelijks leven worden veel belangrijke beslissingen op onderbuikgevoelens genomen. Diverse auteurs bepleiten de waarde van intuïtie, zoals Malcoln Gladwell in ‘Blink’ of Dijsterhuis in ‘Het slimme onderbewuste’. Sigmund Freud schreef hierover het volgende:
“Wanneer ik een onbelangrijke beslissing moet nemen, vind ik het altijd handig alle voor- en nadelen af te wegen. Bij vitale beslissingen moet de beslissing echter uit het onbewuste komen, uit iets uit onszelf”
Wat mij betreft heel herkenbaar. Bij de keuze van een nieuwe computer maak ik een beslissing op basis van de – rationeel te vergelijken – grootte van het geheugen, etc. maar bij de keuze voor een basisschool voor mijn zoon, heeft mijn gevoel en intuïtie de overhand. Ik ga voor een school die goed voelt en staaf dit gevoel met rationele zaken als onder andere schoolmethodes en klassengroottes.

Intuϊtie en ‘gevoel’ zijn niet te onderschatten factoren in het belissingsproces. Toch is het voor de strategische beleidsvoering van organisaties belangrijk dat ze haar beslissingen zoveel mogelijk op feiten baseert, zoals onder andere Davenport in ‘Competing on analytics’ betoogt. Uiteindelijk lijkt het bij het nemen van beslissingen te gaan het om een evenwicht tussen reden en intuïtie.

Sociale/culturele factoren
Naast persoonlijke factoren spelen ook sociale en culturele factoren een rol bij het BI-proces.
BI-gebruikers acteren in een sociale omgeving die meer of minder geschikt kan zijn voor de implementatie van BI. Onafhankelijk van het feit of de gebruiker de BI-tussenproducten kan, wil en moet gebruiken kunnen er hier oorzaken zijn, waarom BI-projecten niet zullen slagen.

De cultuur van een organisatie speelt een grote rol bij het wel of niet slagen van een BI-project. Om een bedrijfscultuur te herkennen en te leren begrijpen, kan de indeling van Harrison helpen, zoals hij omschrijft  in ‘ understanding your organizations character’.
Harrison maakt onderscheid tussen een viertal culturen:
- Machtscultuur; In deze cultuur zijn er weinig regels of procedures; het draait om macht;
- Rolcultuur; Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden staan centraal;
- De taakcultuur; Het doel staat hier voorop, deskundigheid, kennis, actiegericht, groeimarkten;
- De  persoonscultuur; Het individu staat hier voorop.

Organisaties zullen altijd kenmerken van meerdere van deze culturen bezitten, maar vaak is er sprake van een dominante cultuur. Hieronder wordt kort ingegaan op de vier cultuurtypen en hun relatie met BI.

Cultuur is een bepalende factor bij de implementatie van BI omdat cultuur bepalend is voor het beslisgedrag. Zo zijn er bij de machtscultuur weinig regels of procedures. Beslissingen zullen niet volgens vaste structuren verlopen. Organisaties met een te grote machtscultuur hebben helemaal geen regels. Veel organisaties in de pioniersfase hebben een machtscultuur. Dergelijke organisaties zitten bijvoorbeeld niet te wachten op standaardrapportages. Wel is goede BI-info, die aansluit op het hectische karakter van de organisatie juist(!) van het grootste belang.
Een uitwas van deze cultuur is een  cultuur met (te) weinig (goed) leiderschap. Dit levert een organisatie op waar geen knopen worden doorgehakt. De macht wordt niet goed ingevuld. In zo'n cultuur zullen BI-projecten wellicht wel worden opgestart, maar maken ze weinig kans om überhaupt van de grond te komen.

Bij een rolcultuur, waarvan ‘bureaucratie’ een voorbeeld is, is het vaak wel mogelijk uitgebreide standaardrapportages te maken. Centrale activiteit bij deze cultuur is ‘beheersing’. Een uitwas van deze cultuur is een cultuur met te veel 'rol'; de zogenaamde 'doorgedraaide bureaucratie'. Informatie maakt in deze organisaties geen verschil meer omdat er niets mee gebeurt. Prestatie-indicatoren worden wel bijgehouden maar zijn eigenlijk niet echt belangrijk. In wezen doet men hier maar wat. In zo’n cultuur zal vaak wel behoefte aan Business Intelligence zijn, projecten zullen wel worden opgezet maar er zal uiteindelijk weinig mee gebeuren.

Bij de taakgerichte cultuur staat het doel van de organisatie centraal: rust en reflectie zijn bij deze organisaties vaak ver te zoeken. Teveel taakgerichtheid leidt er vaak toe dat alles op adhoc-basis gebeurt.  Het is dan moeilijk om met behulp van BI de organisatie te ondersteunen. Er is bij dit type organisaties wel behoefte aan Business Intelligence, maar deze behoefte zal voortdurend wijzigen. Om BI echt goed van de grond te krijgen is een bepaalde standvastigheid nodig. Bepaalde resultaten zullen pas na jaren zichtbaar worden, omdat dan bijvoorbeeld pas trends etc. zichtbaar worden. Resultaten van BI zullen in een cultuur met teveel taakgerichtheid tegenvallen.

Bij persoonsgerichte cultuur staat de persoon centraal. De organisatie is sterk gericht op persoonlijke ontwikkeling. Er is over het algemeen weinig controle, zoals bijvoorbeeld bij een sociëteit. Veel persoonsgerichte organisaties zijn als los zand, waar BI niet veel kan betekenen.

De cultuur van een organisatie kent vele aspecten en is vaak niet eenvoudig te doorgronden. Een gedegen onderzoek is noodzakelijk. Vaak kunnen gesprekken en vragenlijsten met mensen uit diverse lagen van de organisatie verhelderend werken. Terugkoppeling van de resultaten naar de directie zorgen dan voor de juiste feedback om de ‘diagnose’ aan te scherpen. De conclusie van bovenstaande: organisaties moeten iets in zich hebben van alle vier de culturen, maar niet te veel neigen naar een van de vier om BI succesvol in te zetten.

Politieke factoren
Business Intelligence heeft zoals eerder gezegd alles te maken met besluitvorming. Uiteindelijk moet BI  leiden tot betere besluiten. Bij de inrichting van een BI-omgeving is het daarom goed aandacht te geven aan de manier waarop die besluiten in een organisatie worden genomen.

Besluitvorming kan op verschillende manieren tot stand komen. In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds het rationele model en anderzijds het zogenaamde politieke model.
Het rationele model komt er grofweg op neer dat een beslisser een rijtje alternatieven opstelt, hiervoor bijvoorbeeld een rapport uitdraait of een dashboard raadpleegt waaruit hij precies kan aflezen wat de beste keuze is en deze tenslotte slechts hoeft uit te voeren. Bij het rationele model zijn de problemen volledig gestructureerd en kent men alle variabelen. Alle informatie is beschikbaar, waardoor het in principe mogelijk is de beste oplossing te kiezen.
Bij het politieke model (ook wel het incrementele, primitieve, of intuϊtieve model genoemd) is het probleem veel minder gestructureerd, variabelen zijn hier slechts deels bekend of geheel niet. Dit model gaat er vanuit dat beslissingen, zeker wanneer ze strategisch of tactisch niveau van aard zijn, vaak worden gemaakt in een politieke omgeving. Factoren als macht zijn dan belangrijker dan pure ratio.

Bij de inrichting van BI is het van groot belang te herkennen met welk beslismodel we primair te maken hebben. Aan de modellen liggen verschillende mensbeelden ten grondslag. Simon onderscheid de homo economicus en de homo psychologicus en constateert een zekere schizofronie tussen deze denkbeelden. Men kiest vaak voor het ene of het andere, terwijl er in de praktijk vele tussenvormen zijn.
Bij BI ligt vaak de nadruk op het rationele beslismodel; bij dit beslismodel kan BI veel betekenen omdat hier vaak veel doorrekenwerk noodzakelijk is.
Toch kan ook bij het politieke model BI zeker waardevol zijn, maar moet het op een andere manier worden ingericht. Standaardrapporten voldoen hier niet. Wat hier belangrijk kan zijn, is dat er snel ingespeeld kan worden op de (wisselende) wensen van de organisatie. Belangrijk is dat ingezien wordt dat dit behoort tot de primaire activiteiten van de organisatie, die door de organisatie in ieder geval gedeeltelijk zal moeten worden belegd.

Conclusie
Met dit artikel is een poging gedaan de persoonlijke, sociale en politieke factoren in kaart te brengen.
De volgende voorwaarden zijn cruciaal voor een BI-omgeving:
  1. De gebruiker zal BI willen, kunnen en moeten gebruiken;
  2. Er moet rekening worden gehouden met de wijze waarop de gebruiker beslissingen neemt en informatie verzamelt;
  3. De bedrijfscultuur moet niet neigen naar een van de extremen;
  4. Houd rekening met de besluitvormingswijze in de organisatie, die van meer of minder rationele aard kan zijn.

Bij de start van een BI-project is het goed om te kijken of een organisatie aan deze voorwaarden voldoet.
Veel ‘zachte’ factoren zijn niet eenvoudig te doorgronden. Een organisatie zal hierbij eerlijk naar zichzelf moeten kijken. Een gerichte bedrijfsscan kan hierbij helpen. Door een goed zicht te hebben op de zachte kant, kan de ‘harde’ kant zodanig worden ingericht dat het Business Intelligence project in deze specifieke situatie daadwerkelijk lijdt tot betere, succesvollere besluitvorming.

Al deze voorwaarden zijn er uiteindelijk op gericht om met behulp van Business Intelligence te komen tot een betere, succesvollere besluitvorming, want 
BI systemen op zich maken een organisatie niet intelligenter. De organisatie wordt pas intelligenter wanneer BI ook leidt tot betere besluitvorming.

Artikelen/Boeken/Theoretische achtergrond:
Artikelen
Merchant; Modern management control systems: text and cases
Griffioen; De MIS-fit van de organisatie
Ackoff; Management misinformation systems
Pijpers;De informatieplaag
Owen; Is kennismanagement voorbij?

Boeken
Davenport; Competing on analytics
Dijksterhuis; Het slimme onbewuste
Bemelmans; Bestuurlijke informatiesystemen  en automatisering
Ringeling; Politieke besluitvorminguit kernthema’s van de politicologie
Centennium BI woordenboek
 den Hamer; De organisatie van business intelligentie               
van Beek; De intelligente organisatie
Starren; Grootmeesters in management
Kaplan & Norton;Focus op Strategie

Diverse Internetsites over o.a.        
             Moeten, kunnen, willen-model, www.leren.nl/cursus/persoonlijke-effectiviteit/energie/driehoek.html
             Besluitvormingstheorie; http://www.12manage.com/i_er_nl.html
         

Samenvatting:
Bij Business Intelligence-projecten ligt de hardste noot om te kraken vaak niet op het technische vlak maar aan op het menselijke vlak. Johan Quist, Business Intelligence consultant bij Centennium,  doet een poging een kapstok te bieden om deze menselijke factor, die hij indeelt in persoonlijke, sociale en politieke factoren systematisch in kaart te brengen.

Over de schrijver:
Johan Quist is werkzaam als Business Intelligence consultant bij Centennium. Hij is ruim 15 jaar werkzaam op ICT-gebied. Hij studeerde politicologie en bedrijfskunde. Als Business Intelligence-professional acteert hij op het snijvlak van business en ICT.



donderdag 9 juli 2009

Het BI roadmap model

Vraagstelling: Wat is de relatie tussen BI projecten en BI processen? Hoe kunnen we dit schematisch weergeven?

BI-processen en projecten
Het BI-proces (ook wel BI-cyclus genoemd) is een continu proces van richten, verzamelen, analyseren en toepassen. Bij BI-projecten worden een aantal activiteiten uitgevoerd omhet BI-proces op een hoger nivo te brengen.

Een goed uitgangspunt om dit schematisch in kaart te brengen is hier de BI-succesroute zoals die is ontwikkeld door Centennium. De BI-succesroute is een universeel toepasbaar model om organisaties te helpen te komen tot een eigen BI-visie en een eigen route naar BI-succes. De BI-succesroute begint met het bepalen van de BI visie. Hier worden de ambities, de doelen en verwachtingen van de organisatie bepaald. Bij het BI assessment wordt de ambitie vergeleken met de huidige situatie en worden hiaten in kaart gebracht. Aan de hand van het BI assessment wordt een roadmap bepaald waarin stappen worden bepaald om de BI-ambities te realiseren. Schematisch is dit as volgt weer te geven.

BI-projecten kunnen m.i. gezien worden als onderdeel van de BI-roadmap. In de BI-roadmap wordt uitgestippeld hoe de BI-ambities verwezenlijkt kunnen worden en dit zal meestal projectmatig gebeuren. Een BI-project dient een bijdrage te leveren bij het verwezenlijken van de BI-ambities.

Perspectieven van BI
Voor werkelijk effectieve BI kan niet worden volstaan met losstaande BI-projecten. Het is van belang BI integraal aan te pakken, waarbij alle projecten stap voor stap in de richting van een gemeenschappelijk doel van een leiden. Een indeling in een aantal aandachtsgebieden (dimensies/perspectieven) kan hierbij helpen. Het INK-model werkt met een aantal aandachtsgebieden en onderscheid een aantal fasen van volwassenheid. Een dergelijke aanpak kan ook voor BI gebruikt worden. Centennium heeft op dit principe de BI-succesroute gebasseerd.

Hieronder een vergelijking tussen INK en het BI-model.
Het INK-model en het BI-maturiteitsmodel

relatie tussen (BI) project en proces
In onderstaand schema wordt de relatie tussen BI-project en BI-proces weergegeven. BI is een continu proces, dat bestaat uit een aantal stappen. Dit proces, ook wel de BI-cyclus genoemd, bestaat grofweg uit de volgende stappen: Richten, Verzamelen, Analyseren en Beslissen. Een BI-project richt een stukje BI in. BI-projecten kunnen in diverse stapjes worden onderverdeeld. Hieronder een in mijn ogen werkbare verdeling, waarbij een gedeelte via de watervalmethode en een gedeelte incrementeel (stapje voor stapje) wordt aangepakt.

BI projecten verschillen op bepaalde gebieden van reguliere ICT-projecten.
- BI projecten zijn vaak afdelings-, proces- en zelfs business unit overschrijdend;
- projecten bevatten een mix van strategie, technologie en gedrag en kennen doorgaans een hoog politiek gehalte;
- de business en ICT dienen zéér nauw samen te werken;BI systemen vormen voor het overgrote deel een afgeleide van de operationele systemen en hebben niet alleen betrekking op het operationele niveau, maar ook op het tactische en strategische niveau binnen organisaties;
- Er is een combinatie nodig van twee methodieken: de traditionele ‘waterval’ en de moderne iteratieve waarbij er incrementeel wordt ontwikkeld. De eerste methodiek is nodig voor de informatieanalyse en een uitgebalanceerde architectuur, waarna we met de laatste methodiek de verschillende increments realiseren; (zie Daan van Beek in zijn boek 'De Intelligente organisatie')

Hoe beter de BI-cyclus verloopt hoe intelligenter de organisatie. Per fase zijn er verschillende gevaren die het verloop van de BI-cyclus kunnen verstoren.
gevaren voor een goedlopende BI- cyclus, systematisch in kaart gebracht

vrijdag 3 juli 2009

Kennismanagement en BI


Vraagstelling: Wat is de relatie tussen kennismanagement en BI/DWH? Hoe vullen ze elkaar aan?

Kennismanagement
Kennismanagement is het wetenschapsgebied en de praktische vaardigheden die zich bezig houden met het beheersen van de productiefaktor kennis (wiki)

Kennismanagement gaat over het verbeteren van de interne kennisdeling, kennisproductie en kennisborging. Kennismanagementheeft tot doel kennis als productiefactor te optimaliseren. Eeen van de instrumenten die kennismanagement kan inzetten is BI.

Wat is kennis?
Kennis is een combinatie van georganiseerde ervaringen, waarden, informatie en inzichten die een raamwerk vormen voor het evalueren van nieuwe ervaringen en informatie. (Weggeman)
Weggeman stelt dat kennis een persoonlijk vermogen is, dat iemand in staat stelt een bepaalde taak uit te voeren. Kennis moet gezien worden als een product van de informatie, ervaringen, de vaardigheden en de attitude waarover iemand op een bepaald moment beschikt. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee typen kennis. Impliciete kennis en expliciete kennis. Impliciete kennis is persoonsgebonden kennis die subjectief is van aard. Expliciete kennis is objectief van aard. Dit is het informatiegedeelte van kennis. In de volgende formule wordt dit duidelijk gemaakt.


In formulevorm K=I.EVA
I=informatie=expliciete kennis=weten
EVA=impliciete kennis=kunnen, mogen, willen

Uitgaande van het onderscheid tussen impliciete kennis en expliciete kennis onderscheiden Nonaka en Takeuchi vier vormen van leren

Type Leerprocessen
Van impliciete kennis naar impliciete kennis: Socialiseren, afkijken, meester-gezel
Van Impliciete kennis naar expliciete kennis: Externaliseren,
Van Expliciete kennis naar expliciete kennis: Studeren, nieuw combinaties vinden
Van Expliciete kennis naar impliciete kennis: Internaliseren, learning by doing
(Leerprocessen volgens Nonaka en Takeuchi)

BI kan helpen bij deze leerprocessen. Vooral bij expliciete kennis; implciete kennis als uitdaging
Met BI streven we naar de omzetting van ruwe gegevens tot informatie en nieuwe kennis.

BI is gericht op het systematisch verzamelen en analyseren van kennis.

KM en BI/DWH zullen verder moeten integreren? Hoe? Wordt vervolgd.



woensdag 1 juli 2009

BI in een platte wereld

Vraagstelling: Daniel Friedman beschrijft in zijn boek ‘de aarde is plat’ de gevolgen van de globalisering. Hoe ziet BI in een platte wereld eruit.

In zijn boek ‘de aarde is plat’ beschrijft Friedman hoe de aarde de afgelopen decennia plat is geworden. Een tiental krachten heeft gezorgd voor een globaliserende wereld, startend op 9 november 1989, met de val van de Berlijnse Muur. Via de beursgang van Netscape, het ontstaan van workflowsoftware beschrijft Friedman de trends outsourcing, offshoring en supply-chaining. Door internet en open sourcing wordt kennis breed beschikbaar en is het mogelijk deel te nemen aan de economie als je de beschikking over een computer met internetverbinding hebt.

De huidige ontwikkelingen laten slechts het topje van de ijsberg zien. Er is een fundamentele verschuiving gaande in de manier hoe mensen samen werken en zaken doen. De gedachte dat als straks de crisis voorbij is alles weer bij het oude is kan daarom wel eens onjuist blijken. Wat betekend dit voor de BI-markt, voor de markt van de bedrijfsinformatie. Hoe ziet BI in een platte wereld eruit?

Friedman schrijft over een tweedeling: de aanraakbaren en de onaanraakbaren. De aanraakbaren zijn alle mensen wiens baan in de nieuwe platte wereld in gevaar is.Wie zijn de aanraakbaren en de onaanraakbaren in de nieuwe BI-wereld?

Allereest de gebruiker
Voor de gebruiker van Bedrijfsinformatie verandert het nodige in een platte wereld. Mensen komen meer en meer in een situatie van continue partiële (..wie) aandacht en dart geld ook voor BI-gebruikers. Continu bestookt met e-mails, (mobiele) telefoontjes houdt hij zich voortdurend met verschillende zaken tegelijk bezig. Er is een overvloed aan informatie, alles op te zoeken. De Toestand waarin beslisser beslist is laatste decennia dan ook flink veranderd. Ook is de gebruiker veeleisender, geworden; het moet sneller, meer, mooier. Kortom: We hebben te maken met veeleisende klanten, overspoeld door informatie

De aanbieders van BI
Aanbieders van BI wil ik hier in de volgende vier groepen indelen:
1 makelaars in mankracht
2 aanbieders van mankracht
3 aanbieders BI-projecten

1 Makelaars in mankracht
Een makelaar is een tussenhandelaar. Zijn toegevoegde waarde zit hem erin dat hij partijen bij elkaar kan brengen, doordat hij een monopolie in informatie bezit. Makelaars zijn niet alleen in de huizenbranche actief maar ook in de BI (ICT)-branche. Zoals Jeff Jarvis in WZGD (Wat Zou Google Doen?) omschrijft komt de makelaarsfunctie in het internettijdperk meer en meer onder druk te staan. Makelaars hebben lange tijd veel kunnen verdienen doormiddel van hun informatiemonopolie. . Door internetmogelijkheden, social networks komt deze functie ernstig onder druk te staan. Ik verwacht dat de situatie waarbij tussenpersonen veel aan BI-ers verdienen zonder er veel voor te doen hierdoor ook zal veranderen. Klanten zullen er meer en meer achter komen dat ze te veel betalen. Na het verdwijnen van de makelaarsfunctie zie ik slechts plaats voor enerzijds de minimale organisatie(2) en anerzijds het BI-consultancy-buro+.(3)

2 Verhuurders van mankracht
Dit is de minimale organisatie. Een organisatie met zo weinig mogelijk overhead. Bij voorkeur geen kantoor. Veelal ZZP-ers, al dan niet in een ZZP-verenigingen met portalen op internet.

3 BI-consultancy-buro+
Organisaties die meer kunnen leveren, een totaal project kunnen uitvoeren, die niet alleen mensen verhuren, maar een visie op BI hebben. Niet meer een verzameling in te zetten experts, maar een krachtig geheel van op elkaar aansluitende expertise.

De balans, de mix
Veel BI-bedrijven zullen een weg ertussen in willen bewandelen.Mankracht blijven verhuren en verder ontwikkeling tot consultancy-buro+.
Belangrijk bij het begaan van een middenweg is het zich realsieren dat gevaren van twee kanten kunnen komen. ZZPers kunnen concurreren mert laag tarief en de ontwikeling tot buro+ moet sterk genoeg zijn.

Wat is belangrijk voor BI in een platte wereld?
Wat bepaald welke BI-consultancy-organisaties in de toekomst gaan winnen? Het belang van google-sap neemt toe; zichtbaar/vindbaar zijn wordt belangrijker. Laten zien wat je kunt. Openheid wordt ook belangrijker! Inspelen op invloed van sociale netwerken, Linked-in, Blogs.



donderdag 25 juni 2009

INK en BI maturiteitsmodellen

Voor werkelijk effectieve BI kan niet worden volstaan met losstaande BI-projecten. Het is van belang BI integraal aan te pakken, waarbij alle projecten stap voor stap in de richting van een gemeenschappelijk doel van een leiden. Een indeling in een aantal aandachtsgebieden/dimensies/perspectieven kan hierbij helpen.

Het INK-model werkt met een aantal aandachtsgebieden en onderscheid een aantal fasen van volwassenheid. Een dergelijke aanpak kan ook voor BI gebruikt worden. Centennium heeft op dit principe de BI-succesroute gebaseerd. Hieronder een vergelijking

4 Perspectieven BI
Centennium onderscheid in zijn BI-succesroute de volgende perspectieven:
- Strategie
- Organisatie
- Technologie
- Processen

Het INK-model onderscheid tussen de volgende (organisatie)aandachtsgebieden:
- Leiderschap
- Strategie & Beleid
- Management van medewerkers
- Management van middelen
- Management van Processen

Een vergelijking levert het volgende op.


BI-Maturiteit
Het INK-model definieert vijf fasen van volwassenheid van bedrijf.
Op verschillende aandachtsgebieden kan een organisatie een verschillende maturiteit hebben. Het is goed als een organisatie zich op de verschillende gebieden ongeveer gelijk ontwikkeld.

Het is mogelijk een BI-maturiteit op soortgelijke wijze in kaart te brengen.
Op deze manier kan BI-ambitie en huidige situatie in kaart worden gebracht.

Fasen bij INK en bij BI

Eigenschappen per fase:

Fase 1
Ad-hoc beleid. Problemen krijgen aandacht als er klachten zijn.
Er is nog geen sprake van BI.

Fase 2
Processen zijn geïdentificeerd. Verbeteringen binnen de processen vinden plaats op basis van geconstateerde afwijkingen.
BI vind plaats lokaal op afdelingsniveau.

Fase 3
Systeem-orientatie; er wordt systematisch gewerkt aan verbeteren, de plan-do-check-act cyclus wordt toegepast
BI wordt gecoördineerd aangepakt.

Fase 4
Er vind afstemming plaats met andere organisaties. Men werkt samen met andere bedrijven en partners.
BI wordt integraal aangepakt. Er is een integraal bedrijfsbreed BI-beleid

Fase 5
Het proces van continu verbeteren is in de structuur en de cultuur verankerd.
proces inrichten.
BI is volledig onderdeel van het bedrijfsbeleid.

Hieronder een overzicht van de diverse fases, waarbij ik een korte beschrijving per fase opgenomen heb.

Bronnen:

  • De organisatie van business intelligence - Pieter den Hamer
  • De intelligente organisatie - Daan van Beek
  • INK-model (diverse sites)

woensdag 24 juni 2009

BI uitdagingen en BI trends

De BI-wereld is volop in ontwikkeling. Projecten met lange doorlooptijd zijn steeds minder acceptabel (waren ze dat ooit?), nieuwe technologische ontwikkelingen geven nieuwe mogelijkheden. Open source doet ook bij BI zijn intrede. Bij de klant blijft dit ook niet onopgemerkt. Hij wordt veeleisender en zal nog veeleissender worden. Veel nieuwe leveranciers springen op deze kansen in en worden vervolgens al dan niet opgeslokt door de traditionele spelers. Voor de BI-consultant veranderd er ook van alles. De traditionele datawarehousess en datamarts zullen blijven bestaan, maar dit zal niet meer de vanzelfsprekende oplossing zijn voor alle organisaties.Voor welke uitdagingen staat BI, wat zijn de huidge BI trends?

Op internet raak je niet uitgelezen als je op BI gaat googelen. Enerzijds is het aantal hits indrukwekkend. Anderzijds lijken een aantal onderwerpen/trends steeds terug te keren.
Ik probeer hier alles wat ik lees een beetje een plaats te geven. Wanneer ik de literatuur/internet op BI-gebied volg, zie ik een aantal trends terug komen. Ik zie de volgende relatie tussen problemen/uitdagingen van BI en de huidige trends in de BI-wereld. Vergeet ik hier nog belangrijke BI-trends? uitdagingen?


Maatschappelijk/ Economische ontwikkelingen
Door de crisis en de opkomende concurrentie moeten oplossingen goedkoper, goede informatie wordt van groter belang en er moet kunnen worden ingesprongen op nieuwe omstandigheden. Traditionele BI-oplossingen zijn echter vaak inflexibel(1), duur(2) en traag(3) en leveren onbruikbare informatie op(4).

(1)Klassieke BI oplossingen zijn te weinig flexibel en moeilijk aanpasbaar
Flexibelere architecturen, zoals datavault spelen hier op in.

(2)Klassieke BI oplossingen zijn (te) duur. Open source-varianten lijken serieuze alternatieven te bieden. Ook komen andere oplossingsrichtingen op zoals zijn Appliance, model-driven oplossingen, in memory

(3)Klassieke BI oplossingen zijn hebben een lange doorlooptijd. Aandacht voor (agile) ontwikkel- en projectmethodes.

(4)Klassieke BI-olossingen leveren onbruikbare informatie op.
Door de toenemende concurrentie is een meer proactieve houding nodig;
Er is een BI vereist die de bedrijfsstrategie ook ter discussie stelt en blinde vlekken bloot legt en geen wall-papers levert.

Om goed te kunnen concurreren is ook meer aandacht voor analytics en ongestructureerde data nodig.

Techologische ontwikkelingen

Nieuwe technologieën bieden nieuwe mogelijkheden(1), stelt oude vanzelfsprekendheden ter discussie(2) maar verhoogt ook de verwachtingen(3)

(1)Nieuwe technologische mogelijkheden, nieuwe spelers
Nieuwe spelers op de markt die gebruik maken van nieuwe technologieën; Open source, Appliance

(2)Grotere snelheid technologische veranderingen Nieuwe ontwikkelingen stellen ontwerpkeuzes ter discussieAllerlei redenen waarom vroeger voor een bepaalde oplossing is gekozen staan nu opnieuw ter discussie. Klassieke DWH-architectuur is lang de voor de hand liggende oplossing geweest. Lees van der Lans die hier vraagtekens bij zet.

(3)Verwachtingen worden hoger
Door de technologische ontwikkelingen (internet etc.) zullen ook de verwachtingen stijgen. Net als huisartsen te maken hebben met patiënten die op internet hun ziekte al volledig hebben uitgeplozen zullen ook klanten van BI mondiger en meer veeleisender worden. Klanten zullen niet meer vele duizenden euro’s betalen voor software die wat rapportjes levert.


De maatschappelijke en technologische ontwikkelingen versterken elkaar bovendien.